De ongelooflijke reis van Betsy en Bastiaan naar China Deel 1

Betsy en Bastiaan zijn een tweeling van 9 jaar. Omdat ze net als veel andere tweelingen haast niet buiten elkaar kunnen, hebben ze samen een kamer. Ze liggen te slapen. Maar opeens worden ze wakker.


Bastiaan:
Wwat is dat? Wat is dat voor een licht buiten?

Verteller:
Betsy loopt naar het raam en doet het gordijn open.

Betsy:
Ik zie een paar grote lampen. Koplampen of zo. Heel groot.

Bastiaan:
Het is een locomotief! Een ouderwetse, met stoom. Hij heeft van die grote lampen. En er zit ook een trein achter. Er komt iemand aanlopen, we moeten mama en papa waarschuwen!

Betsy:
Nee wacht nog even. Eerst zien wie het is.

Verteller:
Een meneer met een conducteurs pet op komt naar het raam toelopen.

Bastiaan:
Hij ziet er aardig uit, een beetje als een opa.

Betsy:
Vind ik ook. Laten we het raam opendoen.

Conducteur:
Dag Betsy, dag Bastiaan. De trein is precies op tijd. Stappen jullie in?

Betsy en Bastiaan tegelijk:
Maar dat kan toch niet? Het is hier toch geen station?

Betsy:
Waarom zouden we met u meegaan? Hoe komt die trein hier en waar gaat hij naar toe?

Conducteur:
Deze trein rijdt alleen vannacht en hij gaat naar het Geheime Paleis van de Keizerin van China. Zij wil graag kennismaken met twee Nederlandse kinderen. Dat zijn jullie dus.

Betsy:
Wat spannend! Zullen we het doen?

Bastiaan:
Ik vind het wel spannend hoor. Maar als ik je hand vasthoud, durf ik het misschien wel.

Verteller:
De tweeling klom het raam uit en liep achter de conducteur aan naar de trein. Ze stapten de treeplank op en kwamen in een gezellig verlichte coupé. De conducteur kwam erbij.

Bastiaan:
Wat een mooie treinbanken, ze zijn bekleed met rode, zachte stof. En daar staan twee koffertjes, met onze namen erop! Wat zou erin zitten?

Verteller:
Betsy en Bastiaan doen het koffertje met hun eigen naam erop gauw open.

Betsy:
Kijk kijk! Een jurk, een pyjama! Een toilettas met alles erin, een boek.

Bastiaan:
Ik heb ook kleren. En spelletjes, en een grote doos met allerlei etenswaren. Laten we beginnen met de chocoladekoeken!

Conducteur:
We gaan zo vertrekken. We rijden naar het oosten door een aantal landen. Door Nederland natuurlijk, want daar zijn we al. Dan Duitsland, Polen, Rusland en Mongolië. En dan het laatste stuk naar het zuidoosten. Naar Peking, dat is de hoofdstad van China.

Bastiaan:
Hoe lang zijn we onderweg?

Conducteur:
Een dag of drie. Het is een snelle trein.

Verteller:
De trein vertrok. De kinderen keken naar buiten, maar alles was daar donker. Toen het een beetje licht begon te worden, trokken ze hun pyjamaatjes aan en vielen in slaap, ieder op een van de zachte treinbanken. Lekker warm onder dekentjes, die ze ook in hun koffertjes hadden gevonden.

Bastiaan:
Oehhaah! Wat heb ik lekker geslapen. O kijk, we rijden door de bergen! Word wakker Betsy, we gaan kijken waar we ons kunnen wassen en waar we naar de wc kunnen.

Verteller:
Ze vonden aan het eind van de coupé een soort badkamer. Wat zeg ik, een echte badkamer met een bad en een douche en een wc. Alles met prachtige, glimmende zilveren kranen.

Betsy:
Wat een mooie grote zachte handdoeken. En ..mmm.. wat ruikt die zeep lekker! Ik ga meteen in bad!

Bastiaan:
Hee, ik zag dat we door een groot station reden. Er stond een bord met ‘Ber’ erop en dan nog wat.

Betsy:
Dat zal Berlijn zijn, de hoofdstad van Duitsland. Dan is onsze volgende stad Warschau, de hoofdstad van Polen!

Verteller:
Betsy had gelijk. De trein raasde door de landen die allemaal veel groter zijn dan Nederland. Ze passeerden op een gegeven moment de Poolse hoofdstad Warschau. Toen reden ze door Moskou, de hoofdstad van Rusland. Daarna stopten ze kort in Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië.

Betsy:
We hebben nu al zoveel landschappen en steden gezien. Ik ben benieuwd waar ze nu zijn. Ha, daar is de conducteur.

Conducteur:
Ik hoorde wat je zei. We rijden al in China. Over een uurtje zijn we in Peking.

Verteller:
En ja hoor, de trein ging langzamer rijden en uiteindelijk stopte hij. De stoom siste langs het raam waar de kinderen naar buiten keken. Ze zagen een groot plein met in de verte een groot gebouw met een vreemd gevormd dak. Ervoor zagen ze een hoge muur met een poort.

Bastiaan:
Wauw, wat ziet het er hier bijzonder uit! Woont daar de Keizerin?

Conducteur:
Ja, dat is de Verboden Stad. Daarin staat het Keizerlijk Paleis.
Niemand heeft toegang tot de Verboden Stad, laat staan tot het Paleis. Maar jullie mogen erin, omdat je bent uitgenodigd door de Keizerin. Stap maar uit, vergeet jullie koffertjes niet.
Jullie zien dan vanzelf hoe je moet lopen.

Verteller:
De kinderen liepen het grote plein op naar de poort.

Betsy:
Oh, wat een grote deur! Hij is dicht. Ik zie geen bel. Hoe komen we nou binnen?

Bastiaan:
Joehoe! Wij zijn Betsy en Bastiaan en we komen helemaal met de trein uit Nederland.
We willen graag de Keizerin spreken.

Betsy:
Ze horen ons, de deur gaat open!

Verteller:
De kinderen liepen door de poort en kwamen op een binnenplaats met een fontein en een heleboel planten en bloemen.

Bastiaan:
Wat is het hier mooi. Kijk een vlinder.. en nog eentje! En er zwemmen vissen in de fontein.

Betsy:
Daar zit een vogel, een papegaai geloof ik. Maar.. er staat iemand op ons te wachten.

Verteller:
Dat klopte. In een deuropening achterin de binnenplaats stond een grote man. Hij had een grote, mooi bewerkte jas aan en dikke laarzen. Zijn haar had hij bovenop zijn hoofd en een knot bijeengebonden. In zijn brede riem hing een zwaard. Hij zag eruit als een Chinese generaal. De kinderen liepen naar hem toe en hij keek hen streng aan.

Generaal:
Zijn jullie de kinderen die de Keizerin wil ontmoeten? Hoe heten jullie?

Betsy en Bastiaan tegelijk:
Betsy en Bastiaan.

Generaal:
Ja, die namen had ik gekregen van de Keizerin. Ik ben generaal Tsjoe en Lai. Ik breng jullie naar je kamer en om vijf uur worden jullie in de eetzaal verwacht. Jullie dineren samen met de Keizerin.

Verteller:
De kinderen liepen achter de generaal aan. Door een lange marmeren gang, die uitkwam op een grote hal met een prachtige trap, bekleed met een zachte rode loper. De trap liep in een bocht naar boven. Ze gingen de trap op en kwamen in een gang met deuren. De generaal opende een deur.

Bastiaan:
Het is hier wel deftig zeg. Die trap heeft wel honderd treden, ik heb ze geteld. O, wat een mooie kamer!

Betsy:
Hij is wel drie keer zo groot als onze kamer thuis. Ook heel anders met dat vreemde behang en die grote rode kast. Wat een groot raam ook. Wat grappig, je kijkt hier naar de binnenplaats waar we daarnet waren.

Bastiaan:
Hier zit een deur. Kijk, er is een badkamer. Alweer een badkamer, deze heeft zelfs gouden kranen. Ook een bad. Wat een chique reis maken we toch.

Verteller:
De tweeling pakte hun koffertjes uit en aten de laatste koekjes op. Toen keek Betsy op haar horloge.

Betsy:
Oei! Het is al kwart voor vijf! We weten nog niet eens waar de eetzaal is. Laten we gauw gaan.

Verteller:
Ze liepen de trap af en keken rond. Op een tafeltje stond een gouden belletje. Bastiaan tilde het op en liet het even rinkelen. Meteen verscheen generaal Tsjoe en Lai weer.

Generaal:
Mm, ik lijk jullie bediende wel, dat bevalt me niet. Maar de Keizerin heeft me nu eenmaal gevraagd jullie te ontvangen. Ik breng jullie nu naar de eetzaal.

Verteller:
Dat was me een zaal zeg. Wel zo groot als het Kerkplein in Woerden. Aan de wanden hingen geschilderde portretten van Chinese dames en heren. Misschien de vroegere keizers en keizerinnen. In het midden stond een tafel waar wel twintig mensen aan konden zitten. Een stoel was groot en nog meer versierd dan de andere. De tafel was gedekt met wit linnen, prachtige porseleinen borden, en schalen met allerlei heerlijkheden.
Bastiaan en Betsy keken hun ogen uit. Ze gingen voorzichtig zitten, naast elkaar. Het was doodstil in de zaal. Ze wachtten op wat er zou gebeuren.

Betsy:
Wat ziet het er lekker uit. Ik heb wel honger. Maar we moeten natuurlijk wachten tot de Keizerin komt. Ze mag nu wel komen eigenlijk.

Bastiaan:
Dat vind ik ook. Ik ben benieuwd naar haar en ik heb ook best honger.
Hee, wat hoor ik nou? Even luisteren..

Betsy (heel zacht pratend):
Ik hoor ook iets. Een soort gebrom. Zoals onze katten wel eens doen. Maar maar, het klinkt nu luider. Het is geen brommen maar grommen! Ik ben een beetje bang Bastiaan.

Bastiaan (heel zacht pratend):
Ik ook. Het geluid komt ergens achter uit de zaal. Het komt dichterbij..

Verteller:
Ze stonden op en keken in de richting van het geluid. Toen schrokken ze vreselijk.
Daar liep een tijger langzaam hun kant op!

Over de schrijver, Marten Knip

Over de schrijver: Marten Knip vertelt...

  1. Het kind en de verhalen:

Als kind luisterde ik elke dag naar ‘Het klokje van zeven uur en dus..’ door Henk de Wolf. Hoofdpersonages waren Koning Kaskoeskielewan en zijn hofnar Krokeledokus.

Een andere favoriet was Jean Dulieu met zijn Paulus de Boskabouter. Daar waren ook boekjes van die ik vanaf mijn zesde las. Ik las trouwens veel. Er liep een uitgesleten pad van mijn huis naar de bibliotheek. Ik denk dat het vele luisteren naar verhalen en het lezen  mijn fantasie zo prikkelden dat deze nooit meer is verdwenen.

2. De wetenschapscommunicator:

In de jaren zestig was het vak politicologie bij de Universiteit van Amsterdam zeer breed ingericht. Ik proefde van economie, filosofie, onderzoeksmethoden en ik studeerde af in sociologie, amerikanistiek en massapsychologie. Vanuit het laatste vak ben ik gaan werken in de wetenschapscommunicatie. Hoe leuk kan werk zijn! Belangrijke ontwikkelingen in de wetenschap, van natuurkunde tot dialectologie, aan een breed publiek duidelijk maken.

Ik reisde zelfs een aantal jaren met een Wetenschapscircus door het land in een echte circustent.

3. De wetenschapseducator:

In 2005 vroeg een rector van een VO-school mij mee te denken over invulling van de V van VWO. Zoals op de meeste andere scholen was er van voorbereiding op wetenschappelijk onderwijs op zijn school nauwelijks sprake. We maakten een programma waarin leerlingen van brugklas tot eindexamen onderzoeksmethoden leerden kennen en veel onderzoek deden. Al doende leerden de leerlingen kritisch denken en de betrouwbaarheid van informatiebronnen beoordelen. Al snel namen andere scholen dit over en in twee jaar werkte ik fulltime voor 50 VO-scholen. 

4. De verhalenverteller:

Ondertussen was ik getrouwd en kreeg ik twee dochters. Dé kans om de verhalenwereld uit mijn jeugd (zie 1) als vader in praktijk te brengen. Wat ik in mijn werk beleefde, met de enthousiaste en vaak kleurrijke wetenschappers met wie ik te maken had, verrijkte de verhalen die ik hun jarenlang vertelde.

Het is dus niet verrassend dat ik na mijn loopbaan (zie 2 en 3) besloot om me geheel te wijden aan het schrijven en illustreren van verhalen.

Heel onverwacht kreeg de wetenschapseducator nog een kans: mijn oudste dochter besloot tot een carrièreswitch.

Toen zij in haar verkorte PABO-opleiding (ze is psycholoog van achtergrond) met middenbouwleerlingen werkte aan taal- en leeslessen, zag ze grote verschillen in leesvaardigheid bij de leerlingen. Ook zag ze dat de beschikbare teksten niet erg uitdagend en aansprekend waren. De leerlingen lazen ze plichtmatig en er was niets om over na te praten. Wat leerden ze hier nu eigenlijk van en hoe kon ervoor worden gezorgd dat de kinderen er wél plezier in zouden krijgen? Ze vroeg mij om mee te denken over direct beschikbaar en aansprekend verhaalmateriaal van goede kwaliteit. We waren er snel uit: Toneellezen zou het worden! 

De toneelleesverhalen

Met plezier schrijf ik nu Toneelleesverhalen met verschillende onderwerpen en personages, Opgebouwd uit dialogen met vier tot vijf rollen. Het verhaal is fictie, maar er zitten veel informatieve wetenswaardigheden in en een zeer divers woordgebruik, wat bijdraagt aan een uitgebreide woordenschat van de lezertjes. Bij ieder verhaal maak ik een aantal  illustraties. Leerlingen lezen de verhalen met plezier en zijn enthousiast, ook de leerkrachten trouwens. Zij merken dat de leerlingen er veel van opsteken en leren maar bovenal (weer) plezier krijgen in het lezen.


Vervolgverhalen met illustraties

Ben je benieuwd naar de vervolgverhalen en de toneelleesverhalen versies met illustraties, dan hoor ik het graag via de mail.